CONCEPT DIARY 1 en 2: Het ontastbare tastbaar maken

Concept Diary 1

Week 1 t/m 3

Het ontastbare beeld in een droom kunnen vertalen naar een publiek, dat lijkt mij een onmogelijke opgave. Want hoe draag je ooit een vaag beeld uit je slaapwereld over in de echte wereld? Toch is het een idee wat ik al heel lang wil uitvoeren. Daarom zal ik de komende weken onderzoeken hoe je dromen virtueel kan maken.

Meerdere kunstenaars gingen mij voor. Er is zelfs een hele kunststroming gewijd aan dromen, het surrealisme. Uit interesse naar de werkwijze van de kunstenaars uit deze stroming heb ik het boek “De context van kunst” geraadpleegd. Hierin staat iedere kunststroming uitgelegd met voorbeelden van kunstenaars die bij de stroming passen.

“Dromen, zoals aangegeven door Freud, hadden de potentie om de onderdrukkende ‘macht van logica’ te overwinnen door het onmogelijke mogelijk en het fantastische echt te laten lijken.” (quote uit “De context van kunst” over de zin van het surrealisme)

Kunstenaars als Salvador Dalí, Max Ernst en René Margrittes maakten (schilder)werken die enorm realistisch waren, maar totaal niet logisch. Ze vertaalden de fantasiewereld in hun werk, maar waren ook bezig met het toevoegen van metaforische elementen.

De schilderwerken uit het surrealisme vond ik een goede weerspiegeling van een fantasiewereld, maar bij de stromingen horen ook objecten. Die vond ik zelf een minder geloofwaardige vertaling van droomwerelden. Het was zo “echt”, dat ik het niet kon vergelijken met een object uit mijn dromen. Wel zette mij het aan het denken, want als ik echt ga stilstaan bij de objecten uit dromen, hoe goed zijn deze dan te zien en vertalen?

Ik besloot zelf uit te proberen om een droom te tekenen.

Mijn eigen droom waarin 3 droom-scene’s samengebracht worden in 1 tekening

Bij dit experiment stond ik heel erg stil bij welke kleuren ik had gezien, hoe de scenes werden belicht en hoe de overgangen in de dromen er ongeveer uitzagen. In de collage kun je zien dat sommige objecten kleur hadden en andere objecten grijs of wit zijn gelaten. De witte objecten betekenen dat hier wel een kleur aan gekoppeld zat, maar dat deze niet onthouden zijn. De grijze delen zijn schaduwen die ik heb onthouden.

De tekening legde wel vast wat het verhaal van de droom was, maar het doel om echt een droom te ‘beleven’ bereikte ik hier niet mee. Daarvoor moet ik opzoek naar een werkwijze waarin ik dichter bij het visuele plaatje van een droom kom.

Mijn tweede experiment was het uit laten tekenen van een droom door iemand anders. Mijn eerste proefpersoon was Nonna, die met een illustratie achtergrond goed haar droom kon vastleggen.

Door met haar mee te kijken hoe ze haar droom uittekende ging ik nog meer stilstaan bij de overgangen in dromen. Hoe zien die er nou precies uit? Lopen de beelden in elkaar over? En hoe ga je van de ene ‘scene’ naar de andere? Het experiment maakte vragen bij mij los die ik later heb genoteerd in een interview-plan. Vervolgens heb ik het experiment een tweede keer gedaan. Deze keer met Freek, mijn huisgenoot.

Vervolgens heb ik hem de vragen uit het interview-plan voorgelegd. Deze gingen in op de het visuele plaatje in de droom, de emotie achter de droom en waaruit de droom te herleiden is. Freek benoemde dat de overgangen in dromen niet echt duidelijk zijn. Zonder dat je het door hebt, kijk je ineens naar een totaal ander beeld en in je droom lijkt dit de normaalste zaak van de wereld te zijn. Dit vond ik interessant en wilde ik verder mee aan de slag.

Het laatste experiment in deze weken, wilde ik testen hoe je een droom van een ander zo werkelijk mogelijk kan visualiseren. Eerst maakte ik een moodboard van foto’s en kunstwerken waarvan ik vond dat het een goede weerspiegeling is van een droomwereld.

Hierna deed ik een tweede experiment, waarin ik de droom van iemand anders zo werkelijk mogelijk na wilde maken. De proefpersoon die zijn droom deelde was Tom. Hij droomde iets vrij simpels. Zijn scooter had hij neergezet bij een schoolplein naast een muurtje. Het was donker, maar zijn scooter werd van boven belicht. Hij had de sleutel in het contact gestopt en was weggelopen. Toen hij terugkwam bij zijn scooter was hij opgelucht dat zijn scooter niet was gestolen.

Terwijl Tom de scene beschreef, tekende ik. Daaruit kwam het volgende resultaat.

 

Na een kleine feedback ronde van Tom, waarin hij uitlegde dat de scooter en het muurtje net iets anders geplaatst moesten worden, maakte ik de scene na in Photoshop. Het resultaat liet ik beoordelen door tom. Het resultaat bleek enorm in de buurt te komen bij het beeld uit zijn droom. De elementen klopte, en het licht was goed uitgevoerd.

Het experiment was dus een succes, maar wat mij opviel was dat de scene totaal geen indruk maakte. Daarom nam ik alle uitkomsten van de experimenten onder de loop. Daarin viel mij op dat de dromen van Freek en Nonna vol emotie zaten. Die emotie mistte in dit plaatje. In mijn volgende experimenten wil ik daarom opzoek gaan naar manieren waarmee ik meer gevoel kan opwekken in de uitingen.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.